In 2022, net na de coronapandemie, begon ik te fotograferen in en rondom de abdij. Achteraf vind ik het bizar, maar het voelde af en toe alsof ik net was begonnen in het fotovak. Normaal gesproken maak je een gedetailleerd plan van aanpak, heb je contact met je opdrachtgever of contactpersoon, zet je alle stappen uiteen en werk je thematisch. Zo gaat dat in de buitenwereld – zoals de monniken alles noemen wat zich buiten de poort van de abdij bevindt. Ik was al eerder drie keer als gast in de abdij geweest. Mijn interesse om het werken en leven van deze bewoners vast te leggen werd snel mijn missie.
Binnen de abdijmuren werkt alles anders. Dat lijkt een open deur maar als je er deelgenoot van bent, besef je dat pas echt. De communicatie verloopt anders dan dat je gewend bent in de commerciële wereld. Daar moest ik aan wennen. Ik schreef het al eerder dat je in het klooster een significant ander ritme hebt. Dan merk je pas hoe “gestoord” wij soms kunnen zijn in ons werk.
Alles was nieuw. De mensen, de locaties, de regels. Ik had voor mijzelf besloten rap alle ruimtes te gaan verkennen en, zoals ik eerder in een blog aangaf, ook de monniken mij “eigen” te maken, voor zover ze dat toelieten. Want hoe eerder dat allemaal gedaan was, hoe eerder ik kon gaan beginnen. Om zo compleet mogelijk beeld te krijgen mocht ik ook alle ruimtes zien.
Weerstand en Wennen
Niet iedereen stond te juichen bij het idee dat er alweer een “media-persoon” rond ging lopen in de abdij. Al zeker niet voor een paar jaar. Vlak voor mij waren Humberto Tan voor RTL4 en de Belgische presentatrice Evi Hanssen er geweest. Ik kan me heel goed voorstellen dat een tv-programma maken in de abdij erg verstorend kan werken en het monastieke leven verstoord. Televisie maken doe je niet alleen – er komt een crew van minimaal drie personen aan te pas. En daarvoor had vader-abt zijn medewerking ook verleent aan een campagne over duurzaamheid, samen met het Amsterdamse jeans bedrijf G-Star. Maar hoe dan ook kreeg ik het voordeel van de twijfel en dat pakte goed uit.
Ik had een idee en besloot het anders aan te pakken: ik wilde ongeveer zes “kernmonniken” belichten.
Zes monniken die ik kon volgen en die bereid waren mee te werken aan het project. En hoewel het misschien pragmatisch klinkt, moesten ze ook een beetje fotogeniek zijn en het goed “op camera” doen. Dit selectieproces duurde eigenlijk niet lang. In elke gemeenschap heb je leiders en volgers – al klinkt dat misschien niet helemaal aardig of gelijkwaardig. Maar ik hoop dat u begrijpt wat ik bedoel. Dat had ik eerder in het plaatsje Jorwert in Friesland meegemaakt. Daar maakte ik mijn eerste boek over de dorpelingen.
Kompas en Raadsman
Mijn contactpersoon binnen de abdij werd al snel de Prior. Hij is de tweede man binnen de communiteit, plaatsvervangend hoofd zeg maar. Als vader-abt afwezig is, draagt Wigbert, zo heet de Prior, de verantwoordelijkheid.
Al snel raakten we bevriend – voor zover je dat kunt noemen binnen de kloostermuren want Wigbert zou ik thuis nooit uit kunnen nodigen voor een etentje. Of buiten de kloostermuren eens een biertje gaan drinken met elkaar. Dat zit er niet in. Nooit!
We hadden vergelijkbare humor en liepen tegen dezelfde uitdagingen aan. Ook konden wij met grote regelmaat vreselijk met elkaar lachen. Soms was ik zelfs bang dat hij “erin zou blijven” van het lachen. Mijn openingsfoto bij het hoofdstuk “Fraternitas” illustreert ook deze scene. Wat kon die man lachen.
Het mooie aan Wigbert is ook dat ik alles tegen hem kon zeggen. De gespreksonderwerpen konden daardoor alle kanten opgaan. Ook wanneer ik boos was over bepaalde situaties en het bijltje erbij neer wilde gooien.
Later in de tijd kreeg ik ook contact met Ralf Bodelier, die regelmatig in het klooster was en ook sommige werkzaamheden voor Isaac verrichte. Bij Ralf kon ik sommige twijfels tegen het licht aanhouden, wat erg fijn was. Ik kon het namelijk niet allemaal alleen. Daarvoor miste ik de specifieke kennis over de monastieke materie wat ook te begrijpen is.
Chaos en Zelfreflectie
Als fotograaf moet je continu afwegingen maken. Wat is wijsheid en waar doe ik goed aan? Pas later, na het project, heb ik alles eens de revue laten passeren.
Waarom raakte ik soms zo van slag? En hoe komt dat. En waarom moest ik steeds concessies doen? Wat zegt dat over mijzelf? Allemaal leerzame vragen waar de antwoorden pas na het fotograferen kwamen. Ik beschouwde het maar als therapie. Bovendien kon ik deze conclusies meenemen naar de buitenwereld waar ik werk en leef.
Toen ik begon met het selecteren van foto’s voor het boek, merkte ik dat ik er zelf een enorme puinhoop van had gemaakt. Alles stond verspreid over diverse harde schijven – natuurlijk altijd wel drie keer geback-upt, dat hoort bij het vak. Maar waar was mijn gebruikelijke structuur gebleven? Ik, die normaal gesproken alles bijna met chirurgische precisie uitvoert? Het werk van Koningshoeven had ik op een grote hoop gegooid. De ene serie wel genummerd, de andere niet.
Deze slechte werkwijze heeft me uiteindelijk ontzettend veel tijd gekost. Ik baal er nog steeds van dat ik het zo hebt aangepakt. Dit was iets wat ik niet meteen begreep, maar later wel. Het zijn levenslessen geweest, en ik ben ervan overtuigd dat deze hobbels bewust op mijn pad zijn gekomen om ervan te leren.
Ik herinner me nog goed mijn inwijding jaren geleden bij de Vrijmetselarij. In de ceremonie kwam de term “stoten op de borst” voor. Deze tekst betekent dingen op je bord krijgen zoals tegenslagen of weerstand. Ik ben nog steeds van mening dat iedereen hier op aarde is om te leren. En mogelijk krijg je in een volgend leven dezelfde problematiek weer voorgeschoteld als je deze niet in het nu hebt opgelost. Maar ik dwaal af – en bestaat er wel een volgend leven? Andere discussie.
Vrijheid en Keuzes
Uiteindelijk ben ik vader-abt enorm dankbaar geweest dat ik de vrijheid kreeg om overal in het klooster rond te neuzen. Ik ben nagenoeg in iedere ruimte geweest. En nee, ik zeg er direct bij dat niet alles het waard was om te fotograferen. Dat hoeft ook niet.
Dat is ook een keuze: wat laat je zien en wat niet? Ik was heel bang voor een doorsnee “plaatjesboek”, terwijl ik juist de sereniteit en stilte wilde vastleggen. In eerste instantie wilde ik niet de bekende winterwandeling of de jaarlijkse puurloop fotograferen. Dat zou de stilte alleen maar verstoren. En toch heb ik mijn eigen eisen versoepeld, om de eenvoudige reden dat al deze activiteiten er keihard bij horen. Ik kon ze niet uitsluiten, anders zou het boek niet compleet zijn geweest. Ik heb geprobeerd te balanceren tussen het contemplatieve en het meer aardse, drukkere leven. Ook in abdij Koningshoeven is daar niet meer aan te ontkomen.
Structuur en Boek
Ik heb keihard geworsteld met de indeling van dit boek. Alles op een hoop gooien en willekeurig de foto’s tonen slaat nergens op. Het zou onoverzichtelijk zijn geweest en niemand zou begrijpen wat ik werkelijk wilde laten zien. Ik wilde het opdelen in hoofdstukken – dat stond in ieder geval vast. Maar hoe noem je die hoofdstukken? Abdij? Monniken? Gebed? Werk? Niet heel spannend.
Als een donderslag bij heldere hemel kwam Olof, mijn webbouwer (en meer), met een aantal Latijnse namen op de proppen die perfect de lading dekten. Ik hoefde daar geen seconde meer over na te denken. Eureka! Waarom was ik daar zelf niet op gekomen? Vervolgens heb ik mijn foto’s in deze categorieën opgedeeld.
Schrijven en Hart
Inmiddels had ik met vader-abt afgesproken dat ik per hoofdstuk één pagina begeleidende tekst zou schrijven. Niet meer. In het begin vond ik dat nog een uitdaging – want wat is één pagina? Het bleken tussen de 500 en 550 woorden te zijn. Ik begon te schrijven. Eerst leek het wel een kopie van Wikipedia – daar haalde ik ook mijn informatie vandaan, want ik ben geen geleerde op dit gebied. Het werd een oersaaie opsomming van betekenissen zonder greintje ziel. Olof vond het helemaal niks. Hij miste Louis erin – de maker. En hij had gelijk.
Dus alles weer opnieuw. Alles voor niets geweest (maar ook weer niet – leerproces). Toen ben ik vanuit mijzelf gaan schrijven. Iets wat ik al veel eerder, ook met mijn commerciële werk had moeten doen: vanuit mezelf werken en niet naar anderen kijken of mijzelf steeds conformeren. Want anderen deden het immers altijd beter en ook veel mooier. Eigenlijk kreeg ik één grote spiegel voorgehouden. Ik moet zeggen dat ik daar al mijn halve leven mee aan het worstelen ben geweest.
Kwartje en iets met Vallen (even los van dit project)
In de afgelopen twintig jaar heb ik verschillende coaches gehad. Er zat zelfs een psycholoog tussen. Aardige mensen allemaal, maar ik kletste ze allemaal de oren van het hoofd. Ik vond het een veel te interessant vak en begon daar vragen over te stellen. Dat werkte voor geen meter natuurlijk. Voor beide kanten niet. Er was zelfs iemand bij die niet meer wist wat ze met mij aan moest. Ik voelde me uiteindelijk een beetje Dik Trom, Pippi Langkous wellicht – dit voor de oudere lezers. Na mijn tijd bij Defensie als fotograaf begon deze stuurloosheid zich aan te dienen. Zeker na het vele werk bij de Kamer van Koophandel in Rotterdam. Een groot zwart gat doemde zich voor mij op. Bijzonder te merken dat je eerst een stuk ouder moet worden om deze signalen te onderkennen.
Olof is uiteindelijk de eerste en enige persoon geweest die door mijn pantser heen is gebroken, in de goede zin van het woord. Misschien is het woord pantser niet helemaal goed, maar dat voel ik wel zo. Zonder dat hij het zelf wist. Misschien dat omdat hij net als ik een eigenwijze drol is en een zekere nerd. Deze combinatie zorgde ervoor dat er bij mij op bepaalde knoppen werden gedrukt. Het hele maakproces van de boekwebsite leverde ons ook aan beide kanten grijze haren op. Sommige mensen zijn teachers en komen op je pad – daar ben ik heilig van overtuigd.
Het Einde van het Begin
Eind december 2024 heb ik voor het allerlaatst foto’s gemaakt voor het boek. Manon, mijn vrouw, en Eloise, onze dochter, mochten mee naar het stamppotbuffet. Dit was het laatste evenement. Het was een raar idee om er daarna mee te stoppen, maar het was ook goed. In januari zou ik beginnen met uitzoeken – dat werd een heftige klus. Eigen schuld, dikke bult.
Met Wigbert ben ik contact blijven houden. Soms een belletje, maar meestal een appje. Ik had hem vaak nodig voor advies – hij is immers Prior en weet veel. Onbewust betrok ik hem bij het boekproces, totdat vader-abt daar een stokje voor stak. Ik denk ook als bescherming van Wigbert, want hij kon zelden nee zeggen. Later zorgde broeder Max ervoor dat ik niet met allerlei onjuistheden kwam. Hoe erg zou het zijn geweest als dit speciale boek veel tekstuele fouten had gehad op het vlak van religie? Dat zou een kleine ramp zijn geweest.
Het moest allemaal zo gaan. Als ik terugkijk, heb ik met een aantal broeders erg goed contact gehad – en net zoals in de buitenwereld met de één wat meer dan de ander. Ik noem het leven regelmatig “the book of life”. Mijn boek bevat allemaal hoofdstukken. Dit was er één van – een hoofdstuk dat in totaal meer dan drieënhalf jaar duurde. Nog twee weken, dan ga ik het boek zelf voor de eerste keer zien. Dit wordt een heel bijzonder moment. In het volgende verhaal wil ik het maakproces vertellen, dat van januari tot eind oktober 2025 duurde…
Dit is voorlopig mijn laatste echte Koningshoeven-blog. Maar ik blijf schrijven. Het levert een dimensie aan mijn fotografie die voor mij zeker meerwaarde heeft en in wat ik terug heb gehoord vinden jullie het ook leuk om te lezen.
Dus tot de volgende!
Louis Meulstee