Aftasten en infiltreren: Tussen stilte en tijdsdruk in de abdij

De abt tijdens dienst met kaarslicht

In mijn vorige blog schreef ik over het begin van dit avontuur bij Abdij Koningshoeven en hoe ik aan dit bijzondere project begon. Met deze blog wil ik dieper ingaan op de uitdagingen waar ik tegenaan liep en hoe alles heel anders verliep dan ik had verwacht.

Monnik onder de monniken

Eerst observeren, dat vond ik cruciaal. Wat gebeurt hier allemaal en hoe werkt het systeem? Het woord ‘infiltreren’ klinkt misschien wat onbeleefd of cru, maar het was precies mijn doel: monnik onder de monniken worden. Naar mijn mening de beste manier om je werk goed te kunnen doen.

Mijn eerste plan was simpel: zo snel mogelijk alle namen van de broeders leren. Inmiddels was broeder Wigbert mijn contactpersoon geworden – de tweede man in het klooster, de prior, een soort plaatsvervangend CEO. Hij woont nu op de kop af 25 jaar in het klooster. Daarvoor had Wigbert een ander leven in de buitenwereld, zoals de monniken de wereld buiten de poort noemen. De meesten van deze monniken zouden momenteel die buitenwereld niet eens meer trekken. Echt heel gek vind ik dat niet.

Als ik alle namen zou kennen, kon ik makkelijker communiceren met Wigbert, zo redeneerde ik. Ik wilde dagelijks contact met hem om praktische zaken te regelen. Denk aan gsm-nummers van de broeders – handig als je een afspraak wilt maken. Bellen deed ik zelden, appen wel. Wigbert “moest” ook veel regelen, vooral in het begin. Vader abt had in het begin tegen hem gezegd, jij gaat het regelen. Dus werd Wigbert mijn poc (point of contact). Dat zeggen ze zo bij Defensie. 

Louis en Broeder Wigbert vanuit de drone op het terras

Moderne monniken

Veel mensen zijn verbaasd dat monniken een telefoon op zak hebben. En nee, het zijn geen hippe smartphones zoals wij die kennen. Alhoewel… Wigbert was wel erg blij met zijn iPhone 16 dit jaar. Hij levert ook fotomateriaal aan voor Instagram. Want ja, Koningshoeven heeft gewoon Insta. Dat was het eerste wat me opviel: de bewoners komen zéker niet uit het Stenen Tijdperk. Eerlijkheidshalve moet ik wel zeggen dat de ene monnik meer openstaat voor moderne techniek dan de ander. Maar dat geldt natuurlijk ook voor ons in de buitenwereld.

Ik vroeg Wigbert de oren van het hoofd. Wat is dit, wat is dat en waarom dan? Bijna op het kinderlijke af. Deze informatie wilde ik gewoon hebben om mijn fotografie daarop af te stemmen. Ik had al bedacht dat ik wilde proberen de stilte en de broederschap te vangen in mijn beelden. Daar was ik immers voor gekomen. Later ging ik ook meer events fotograferen: een vat aanslaan, de Puurloop, winterwandelingen, enzovoort.

Het project dreigde van me af te gaan staan. Dat was niet waar het me om te doen was. Ik heb ook heel veel materiaal bewust niet gebruikt. De kans zou anders groot worden dat het een compleet plaatjesboek zou worden, en dat wilde ik absoluut niet. Eigenlijk wilde ik geen events, maar het hoorde er gewoon bij. 

De apparatuurnightmare

De meeste stress zat vaak in de apparatuurkeuze. Sowieso altijd een dilemma. Ik schreef daar al eerder over. Mijn motto is vaak ‘minder is meer’, maar niet als het over mijn vak gaat. Dan moet mijn gereedschapskist tot over de rand gevuld zijn. Want stel je voor dat je iets niet bij je hebt. Ondenkbaar, maar dan ook echt!

Ik weet ook best wel dat je met één camera en één objectief prachtig werk kunt maken. Je bent dan gelijk van alle ballast af. Dat is het mega grote voordeel. Die ene camera met die ene lens. Dat is het, meer niet. 

Rugzakken, tassen en een karretje met apparatuur in mijn logeerkamer

Maar helaas werkt dat niet voor mij. Omdat ik een bloedhekel heb aan lenzen wisselen, gaan er ook drie bodies mee. Soms zelfs vier. Eén hoge resolutie camera voor de portretten, het fijnere werk. Maar deze camera is weer niet goed geschikt voor het ‘snelle’ werk. Want dat was het vaak wel. Hurry-hurry, chop, chop! 

Onzichtbaar aanwezig

Ik moest daar enorm aan wennen. En ik moet je eerlijk bekennen dat het nooit echt gelukt is daaraan ook te wennen. De tijdsdruk, het niet kunnen regisseren (het nog een keer overdoen) en daarbij ook nog heel onopvallend kunnen werken. Dat laatste ging me altijd goed af en koste mij geen moeite.

Bij het normale, commerciële werk is dat wel anders. Daar ben jij de baas en zorg je dat het gebeurt zoals jij dat wilt. Uitgezonderd de reportages – bijvoorbeeld bij Defensie, waar ik onder andere voor werk – maar dan nòg kun je soms ingrijpen. In een klooster is dat not-done. Niet in abdij Koningshoeven in ieder geval. Dat was erg frustrerend. Maar niemand heeft een boodschap aan jou, wat in zekere zin logisch is.

Tegenwoordig zijn camera’s uitgerust met een ‘silent mode’. Dat is natuurlijk erg fijn, want dan kun je helemaal in stilte werken. Echter ligt er een nogal een groot gevaar op de loer. Zo’n instelling werkt met een elektronische sluiter die het beeld anders opbouwt dan bij een mechanische sluiter. Zonder technisch te worden: bij bepaalde verlichting in een bepaalde ruimte ontstaan er allemaal horizontale strepen in je beeld. Dat heet “banding” en dat mag je gelijk weer vergeten. Het nare is dat je dit niet altijd goed ziet op je piepkleine display achterop de camera. Zo’n stille modus gebruik ik in het dagelijkse leven echt nooit. 

Het resultaat was dat de complete serie van de kerst de prullenbak in kon. Gelukkig – en dat is met de wetenschap van nu – zou ik later nog twee kansen krijgen.

Na enige tijd kende ik alle ruimten perfect uit mijn hoofd. Daar kon ik wel stil werken, daar niet. Maar hoe stil een camera ook is, je hoort het door de halve kerk. Dus ga je dat ondervangen met telelenzen. Dan kun je wat verder weg gaan staan. Dat geeft natuurlijk weer een ander probleem, maar nu houd ik erover op. Ondenkbaar trouwens hoe dat vroeger, vóór het digitale tijdperk ging. Ik werkte toen als fotograaf bij Defensie en wij werden uitgerust met een Hasselblad camera. Het neusje van de zalm. Sommigen kennen het geluid er nog wel van, klap-babber en daarna aan die slinger draaien wat ook zo’n takkeherrie maakte. Andere tijden nu…

Het stil werken was dus echt een pré. Ook droeg ik van die hele ‘stille’ pantoffels van het merk Glerups. Echt super! Vroeger had ik van die knikkende enkels als ik (hard) liep. Dat had iets weg van een wandelend open haardvuurtje. Dat had hier absoluut niet gekund.

Ik weet nog dat vader abt zich helemaal de tandjes schrok omdat hij dacht dat ik links achter hem stond, maar ik stond rechts. Heel af en toe had ik zin om dat expres te doen. Ik was dus onzichtbaar, zichtbaar. 

Daardoor maakte ik wel beelden zonder dat de meesten het echt merkten. Ik droeg ook vaak zwarte kleding. Grappig is wel dat ik daar een compliment voor kreeg van een broeder die eigenlijk niet gefotografeerd wilde worden in het begin.

Hoe dan ook heeft de fototechniek me veel in de weg gezeten omdat ik gewend ben met extern licht te werken. Maar flitslicht is in de abdij uit den boze. Dat kun je echt niet maken. Ik heb toen zonder twijfel voor circa vijfduizend euro aan lamplicht gekocht. Dat heet continu licht. Dat is veel minder agressief en veel beter te sturen. Echter voor mijn commerciële werk gebruik ik het niet. Gelukkig heb ik het in het klooster wel kunnen gebruiken, maar uiteindelijk toch te weinig.

Snel werken in slow motion

Ik sprak al eerder over snel werken en tijdsdruk. Hoe dan, zou je denken! Je bent toch in een klooster? Ja, dat dacht ik in het begin ook. Maar de klok gaat zeven keer per dag en dat houdt in dat iedereen alles laat vallen als deze gaat. In een interview zei vader abt ooit eens: dat is ook onze core business, bidden. En dat is zo, Ora! 

Midden in een sessie moest er worden gestopt of kon de afspraak niet doorgaan omdat ik meer tijd nodig had. Of de middagrust was er. Dan lag iedereen plat. Ik heb wel eens echt slechte dagen gehad dat ik nauwelijks kon fotograferen door omstandigheden, terwijl ik werk had afgezegd. Dat was dan altijd erg zuur en ik werd er ook mega chagrijnig van. Immers kwam ik er om mooi werk te maken. Maar ik heb de keus gemaakt om in een abdij te werken. Dus pas je je aan en niet andersom. De beperkingen die me werden opgelegd maakten ondertussen dat ik anders naar het leven van de monniken kon gaan kijken.

De volgende keer wil ik het hebben over de relatie met sommige monniken en over keuzes maken.

Tot dan, Louis Meulstee

Wil je zo af en toe een mail van mij in de bus?

Ik zal met enige regelmaat schrijven over mijn vak, mijn passie, mijn leermomenten en mijn idealen. In ieder geval over méér dan wat ik als fotograaf meemaak.
Meelezen? Geef je dan op.