Achter de poort van Koningshoeven, het begin…

De poort van de abdij met de tassen vol fotoappaatuur

Medio mei 2022 begon ik dan toch echt met fotograferen. Het plan was helder: een fotoboek maken dat het leven binnen de muren van abdij Koningshoeven zou laten zien. Al vrij snel bedacht ik een werktitel: Achter de muur van Stilte en Devotie, monniken van abdij Koningshoeven. Die titel bleef ruim twee jaar lang mijn houvast. Ik vond hem mooi, maar gaandeweg begon hij te wringen. Zo stil was het er namelijk helemaal niet. En als een titel niet meer klopt met wat je ervaart, dan dooft het enthousiasme langzaam uit. 

Ritme en onrust

Ongeveer eens per maand trok ik naar de abdij. Eerst van dinsdag tot vrijdag, later van dinsdag tot donderdag. De eerste dagen waren altijd hetzelfde: hyper. Vol spanning over wat ik zou aantreffen, maar ook vol onrust van de “buitenwereld” waar we dagelijks met elkaar de mallemolen draaiende houden. Zo noemen de monniken alles en iedereen die van buiten de abdijpoort komt. En gek genoeg ga je dat na verloop van tijd zelf ook zo ervaren.

Ik herinner me nog goed dat ik in het begin bijna een aanrijding had, vlak nadat ik de poort uitreed. Zo vanuit de serene kloostersfeer belandde ik in de drukte van de spits – en ik was niet alert genoeg. Vaak wilde ik helemaal niet terug naar huis. Niet omdat ik thuis niet graag ben, maar omdat de hectiek van “buiten” plotseling voelde als een last die je gewoon moest trotseren.

Na een dag of twee komt er altijd een soort rust over je heen. Alleen… die rust moest ik vaak op afstand houden. Ik was er immers niet als gast, maar om te werken. Dat betekende dat ik keuzes moest maken: een kwart van mijn beschikbare tijd ging immers naar dit project, en daarvoor liet ik menig foto-opdracht schieten.

Zoeken naar de juiste aanpak

Je gaat niet “even” tussendoor naar een abdij om foto’s te maken. Je hebt die kloostervibe nodig, je moet als het ware een beetje monnik tussen de monniken worden. En dat bleek nog best een zoektocht.

Ga ik minimalistisch te werk, met één camera en één objectief? Of neem ik mijn hele arsenaal mee? Uiteindelijk koos ik voor dat laatste. Mijn lenzen zijn mijn kwasten. Flitsen was geen optie, dat paste niet bij de sfeer. Dus investeerde ik in continue lichtlampen – subtieler, minder “agressief” aanwezig. Buiten bleken die lampen weer te zwak, dus kwam er nóg meer apparatuur bij. Later zelfs een drone.

Het grappige is dat je op deze foto nauwelijks veel spullen ziet. Toen was ik nog aftastend bezig. En telkens weer stond ik verbaasd: hoe ik na 37 jaar vakfotografie nog steeds kon worstelen met zulke basale keuzes. Toch hoorde dat erbij. Misschien was dát wel de essentie van dit project: opnieuw leren kijken – niet alleen naar de abdij, maar ook naar mijn eigen vakmanschap.

Eerst maar eens verkennen

De eerste week stond ik regelmatig om 03.45 uur op, net voordat de klok begon te luiden. De avond ervoor had ik mijn kleding netjes klaar gelegd: T-shirt, onderbroek, legging, pantoffels. Later, toen het kouder werd, nog een fleecevest erbij.

Uit bed, koude douche – iets wat ik thuis al langer deed, maar midden in de winter voelt dat nóg pittiger. En dan naar de kapel. Zonder camera. Eerst kijken. Alleen maar kijken.

De volgend post zal ik vertellen hoeveel moeite het strakke ritme me kostte…

De poort van de abdij met de tassen vol fotoappaatuur

Aankomst bij het Gastenverblijf. Even aanbellen…

Wil je zo af en toe een mail van mij in de bus?

Ik zal met enige regelmaat schrijven over mijn vak, mijn passie, mijn leermomenten en mijn idealen. In ieder geval over méér dan wat ik als fotograaf meemaak.
Meelezen? Geef je dan op.