Een van de Dorpsgezichten uit het boek
Ik had zijn vrouw Willy al een keer gefotografeerd. Achter de bar van het mooie dorpscafé, het Wapen van Baarderadeel. Voor Jelte hoefde het allemaal niet. ‘Allemaal gedoe’. Maar toch werd hij nieuwsgierig. Naast zijn vrouw had ik ook zijn zoon Emke in de agenda staan en dochters Wietske en Sjoukje. Hij zou de enige zijn uit het gezin Dijkstra die dan niet in het boek Dorpsgezichten, mensen uit Jorwert zou verschijnen. En wees nu eerlijk — dat kan toch niet?
Op een dag meldde Jelte zich aan bij Geartsje, die samen met Dineke voor mij de nieuwe aanwas aan mensen verzorgde. Dineke woont een paar straten verder in het dorp en is getrouwd met Guus, de man die mij zes jaar lang bij elk fotomoment heeft bijgestaan. Een duo van onschatbare waarde, net zoals Geartsje.
Maar dit verhaal gaat over Jelte. Want Jelte is helemaal gestoord van schaatsen. Wie trouwens niet, in Friesland.
“Als ik Jelte nu eens in de vaart zet, met een waadpak aan? Dan zou ik zelf ook in het water gaan staan, pal tegenover hem.”
Schaatsen doe je op water. Daar zijn we het vast over eens. Voor het échte schaatsen moet dat water wel bevroren zijn, maar voor de foto die ik in gedachten had, was dat niet per se nodig. Jelte begreep er eerst geen snars van, en dat liet ik maar zo. De afspraak stond, ergens in oktober. Ik had zelfs het idee dat Jelte dacht dat we naar een ijsbaan zouden gaan. Hij moest eens weten.
Op een of andere manier lekte mijn plan uit en kwam het bij Omroep Friesland terecht. Of ze die zaterdag een itempje mochten draaien tijdens het fotograferen? Ja natuurlijk. Jelte wist inmiddels wat hem te wachten stond. Over de cameraploeg zweeg ik maar.
Die ochtend maakte ik eerst een portret van Christina Hoekstra, in haar lingerie, op het bed in haar slaapkamer. Hoe dan ook kon ik mezelf niet helemaal concentreren. Dat lag niet aan Christina. Nee, dat lag aan wat er hierna zou komen. Jelte.
Het was 14.00 uur. Naast mij stond Harry Kaspers, de plaatselijke doodgraver, die mij die middag hielp. Guus was verhinderd. Achter ons stonden drie mensen van de omroep. Willy deed open. Jelte was ziek, zei ze.
Ik riep hard en duidelijk: “Meekomen. Meekomen jij, en wel nu.”
Ik nam haar niet serieus, want ik zag Jelte als een speer wegduiken. Daar viel op dat moment niet veel meer te kiezen. Als een mak lammetje liep hij mee, en aan zijn gezicht zag ik dat hij het stiekem leuk ging vinden.
Jelte. De man op het water. Omdat hij zo van schaatsen hield.
Het boek is in de webshop te vinden