Jorwert – een dorp in Friesland

Het tegelhuis

Ze riep het vanuit de andere kamer, op de toon waarop mensen dingen zeggen die al besloten zijn. “Ik wil zaterdag naar Makkum. Naar het tegelhuis.”

Tegelhuis? Ik herhaalde het woord in stilte, alsof ik het moest proeven. Maar Manon had besloten, en dus werd het Makkum — een klein plaatsje aan de rand van Friesland, vlak bij de plek waar de Afsluitdijk begint en de zee ophoudt een zee te zijn. Het tegelhuis was een begrip in die contreien: de mooiste tegels van het Noorden, misschien wel van heel Europa! Dat het bedrijf inmiddels niet meer bestaat, doet er voor dit verhaal niet toe.

We hadden Eloise bij ons, onze dochter. Drie jaar oud, veel energie, weinig geduld voor tegels. Na een paar uur waren we (lees ik) er klaar mee en reden we binnendoor richting Leeuwarden. Lunch in de Friese hoofdstad. Strak plan.

Halverwege de rit zag ik iets in de verte, een soort toren. Iets wat op een kasteeltoren leek, maar niet helemaal. Ik weet nu dat het een zadeldak was, Friesland staat er vol mee, maar toen wist ik dat nog niet. Ik stopte. Fotografeerde onderweg nog een groep koeien, want ik werkte in die tijd voor de Kamer van Koophandel en dat soort beelden kon ik gebruiken. Maar die toren liet me niet los. Dichterbij bleek het een kerktoren. Eerst een teleurstelling. Een kerk. Niets bijzonders. Maar toen ik er pal naast stond, werd ik stil op een manier die ik niet had verwacht.

De vrouw met de aardappelen

De Radboudkerk. Twaalfde eeuw. Een terpkerk, opgetrokken op een verhoogd stuk land, zoals ze dat hier deden lang voor de dijken er waren, hoog genoeg om boven het water uit te steken als de wereld onder liep. Om de kerk heen een kerkhof. Het licht viel prachtig, halverwege de middag, zacht en schuin, zoals licht in Friesland het beste is. Ik zette mijn statief op. En toen, uit het niets, een stem achter me. “Vind u het hier mooi?” Ik draaide me om. Een vrouw, een jaar of tachtig, zat voor haar huis aan de overkant van de kerk. Ze was aardappelen aan het schillen. Het waren er maar drie. Manon en Eloise waren eerder al verdergelopen, naar een speeltuintje verderop. Ik liep naar haar toe.

Ze heette Gais.

Gais vroeg of ik naast haar wilde komen zitten, op het bankje voor haar huis. Ik ging zitten. En we raakten aan de praat. Later wist ik dat ik bij haar aan het goede adres was, ze praatte graag. Haar buurvrouw en schoondochter Geartsje bracht later koffie. En we spraken over van alles, bijna twee uur lang. Over het dorp, over de kerk, over het leven dat ze hier hadden geleid. Haar man was al een poos geleden overleden. Geartsje was ook weduwe. Twee vrouwen, twee voordeuren, één huis, tegenover een kerk die er al negen eeuwen stond. En de bedoelde lunch in Leeuwarden? Die is er niet meer gekomen…

Op de terugweg wist ik het al. Het was geen gedachte die groeide, het was er gewoon, volledig, zoals sommige dingen opeens bestaan. Een boek. Een portretboek van alle inwoners van dit Friese dorp. Ik wist niet hoe. Ik wist niet wanneer. Maar ik wist het.

Tien dagen later reed ik terug. Naar Gais, de vrouw met de mooie vlechten. Ik had haar nummer gevraagd voor ik wegging, en ze had het zonder aarzelen gegeven, zoals mensen dat doen wanneer ze ergens op hebben gewacht zonder het te weten.

Vierenzestig keer Friesland

Zes jaar lang fotografeerde ik het dorp. Vierenzestig keer reed ik naar Friesland. Ik klopte aan deuren, dronk koffie aan keukentafels, leerde mensen kennen wier namen ik eerst niet eens kon uitspreken. Geartsje en Dineke deden het voorwerk, informeren of er interesse was. Zes jaar later presenteerde ik het boek. In het plaatselijke café. In Jorwert zelf.

Een dorp is geen abstractie

Later hoorde ik dat schrijver Geert Mak zijn bekende boek  Hoe God verdween uit Jorwerd over ditzelfde dorp had geschreven. Al schreef hij de naam met een d. Daar was men in het dorp niet blij mee geweest. Ik begrijp de gehechtheid aan die naam. Een dorp is geen abstractie. Het zijn de mensen die er wonen, de kerktoren die je van ver al ziet, de vrouw die aardappelen schilt en je zomaar aanspreekt. Het begon met tegels en werd zes jaar van mijn leven…

Wil je zo af en toe een mail van mij in de bus?

Ik zal met enige regelmaat schrijven over mijn vak, mijn passie, mijn leermomenten en mijn idealen. In ieder geval over méér dan wat ik als fotograaf meemaak.
Meelezen? Geef je dan op.