Het verhaal van Anna Kingma

Jorwert in 2009

Anna ontmoette ik in 2009. Eigenlijk onbedoeld. Ik reed met een kandidaat voor mijn fotoboek Dorpsgezichten — portretten van mensen uit Jorwert — per ongeluk over haar land met mijn Landrover 110. Dat was natuurlijk niet de bedoeling, maar wist ik veel: er was een pad, en ik moest naar een verlaten boerderij toe.

Opeens doemde er een vrouw op. Blauwe overall aan, een piratendoekje om haar hoofd. In haar handen iets wat heel veel weg had van een buks. Ik schoot in de lach en dacht: what the fuck, in welke film ben ik terecht gekomen? Hilarisch, maar aan de andere kant ook serieus — ik reed immers dwars door iemands land. Het moet mijn vrolijke gezicht zijn geweest, want Anna bond snel in. Binnen tien minuten hielp ze zelfs mee met het maken van portretten.

Binnen no time had ze mijn interesse. Wie is deze bijzondere vrouw? Ze heeft een apart, verfijnd gezicht — zeker zo met dat piratendoekje sierlijk om haar hoofd. Misschien zou zij ook een deelnemer kunnen zijn voor mijn portretboek? Geartsje, mijn hulp en scout in Jorwert en tevens ook dorpsbewoner, vroeg het op een dag aan haar. Het antwoord was nee.

Maar Anna bleef me intrigeren. Ik heb nu eenmaal iets met bijzondere mensen. Het duurde maanden en maanden. Totdat ik haar een keer zag in het dorpscafé, na het Iepenloftspul — het jaarlijkse en befaamde openluchtspel in Jorwert. Ik schoot op haar af en deed haar een voorstel: ik wil je fotograferen in een prachtige zwarte jurk met pumps. Heel sjiek. Het contrast met haar boerenleven vond ik fantastisch. Ze moest erover nadenken.

Wat ik inmiddels wist, was dat Anna in een ver verleden coupeuse was geweest, en in Italië en Amerika had gewoond. Dat maakte het alleen maar bijzonderder. Haar vertrouwen in mij begon langzaam te groeien.

Toch niet?

Een paar weken later zei ze me dat ze het niet ging doen. Kut. Ik zag het al zo voor me: Anna in een strakke jurk (ze kon het hebben), pumps aan, visagiste erbij, voor haar oude kapotte boerderij. Niet dus. Maar ze kwam zelf met een idee: een gevangenispakje, met ketting en kogel. In eerste instantie dacht ik: ga je nu een boetekleed aantrekken in plaats van je te kleden als een echte lady? Er zit een verhaal achter, maar een gevangenispakje dus.

Wat geïrriteerd zei ik haar: goed, maar dan regel jij de spullen zelf maar. Zogezegd, zo gedaan. Toen we de afspraak hadden, had ze de hele shit geregeld. Stiekem ook wel leuk. En zo staat Anna in het boek — met een brede glimlach.

Daarna heb ik contact met haar gehouden. Soms zat er twee à drie jaar tussen, maar we hadden nog altijd ons lijntje. In het najaar van 2025, inmiddels vijftien jaar na het portret, belde ik haar op. Zou ze nog leven? Er had ook zeker drie jaar tussen gezeten. Zou ze nog weten wie ik ben? Dat viel mee. Meteen.

Ik wilde haar opzoeken en nam Manon, mijn meisje, mee. De Landrover was er al lang niet meer — nu had ik een VW-camper. Ik hoopte maar dat we het terrein niet afgeschoten werden, haha. Manon was licht nerveus; ik vond het wel grappig. Toeval bestaat niet, want Anna zag ons al aankomen — althans: de grijze bus. Als een malle deed ik het raampje open en stak mijn hoofd naar buiten.

— Lo-wieieie! riep ze hard.—

Annaaaah! riep ik terug.

Wat ze wellicht niet gewend was: ik pakte haar beet en gaf haar een knuffel. Ongelofelijk leuk om haar weer te zien na zoveel jaar. En het bizarre was dat ze nauwelijks of niets was veranderd. Manon had ze al een paar keer eerder ontmoet, en het contact was direct volle bak.

Ik vroeg haar, toen we weer vertrokken, of ik haar nog een keer mocht fotograferen. Gewoon, omdat ze een mooi mens is. Dat was goed. En nee, niet in gala maar gewoon Anna. Voor de foto had ze wel een hoedje gekocht. Want ze moest er goed opkomen natuurlijk.

Vijftien jaar later maakte ik dit portret van haar.

Mijn Anna. Ons vriendin.

Wil je zo af en toe een mail van mij in de bus?

Ik zal met enige regelmaat schrijven over mijn vak, mijn passie, mijn leermomenten en mijn idealen. In ieder geval over méér dan wat ik als fotograaf meemaak.
Meelezen? Geef je dan op.