Koken is overal en het is een taal. Net als muziek kun je deze taal uitwisselen met iedereen, ook met mensen die je niet verstaat. Het draagt cultuur met zich mee, gewoontes — je kunt zien wat er in de omgeving groeit en leeft, wat mensen bewaren en wat ze weggeven. En samen aan tafel is misschien wel de meest intieme vorm van verbinding die er bestaat. Je deelt niet alleen eten. Je deelt tijd, vertrouwen, en iets van jezelf.
Het is niet de taal van recepten en grammen, maar van handen die weten wat ze doen. Van een markt vroeg in de ochtend waar de dag nog niet begonnen is. Van de geur die je vertelt dat er iemand thuis is. Van een familie die je niet kent maar je toch aan tafel zet — en die verwacht dat je opschept.
Ik ben benieuwd naar die taal. In Marokko, in Japan, in Peru. Wat er op het vuur staat, wie het kookt, en waarom het zo smaakt zoals het smaakt. Niet als toerist maar als iemand die de tijd neemt om echt te kijken — en die weet dat het mooiste moment zelden voor de camera wacht, maar gewoon gebeurt.
Dit najaar begin ik met de eerste hoofdstukken. Marokko in september. Wordt vervolgd.